Elektrofysiologisch onderzoek
Een elektrofysiologisch onderzoek is een diagnostisch onderzoek waarbij een cardioloog ritmestoornissen opspoort. Al naargelang het resultaat van het onderzoek zal de cardioloog u een behandeling voorstellen.
Voorbereiding op het onderzoek
Uw arts zal vooraf met u bespreken welke medicatie u moet stopzetten alvorens het onderzoek te ondergaan om de ritmestoornissen tijdens het onderzoek beter te kunnen opwekken. Indien u anticoagulantia (bloedverdunners) inneemt zoals bijvoorbeeld Marcoumar®, Marevan® of Sintrom®, moet u dat vooraf melden aan uw arts. Die medicatie moet u enkele dagen voor het onderzoek stopzetten.
Bij het onderzoek wordt er gebruik gemaakt van röntgenstralen. Indien u vermoedt dat u zwanger bent, is het belangrijk dat tijdig door te geven aan uw cardioloog. Dan wordt het onderzoek verplaatst naar een latere datum.
Het verloop van de opname
U wordt opgenomen op de dienst Cardiologie. De verpleegkundige neemt een anamnese af. Hierbij peilt hij/zij naar mogelijke allergieën, uw thuismedicatie en vroegere operaties.
De dag van het onderzoek wordt een bloedafname afgenomen met als doel de bloedstolling en nierfunctie te controleren. Er wordt een infuus geplaatst in de arm. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u ook een elektrocardiogram (ECG). Hierbij controleert de arts de elektrische geleiding van uw hart. Tenslotte wordt er ook een RX thorax (foto van het hart en de longen) genomen.
Op de dag van het ondezoek moet u minstens zes uur voor het onderzoek nuchter zijn. Als het onderzoek in de namiddag plaatsvindt, mag u ’s morgens een licht ontbijt innemen.
Een verpleegkundige zal de lies scheren ter preventie van huidinfecties. U moet een operatieschort aantrekken en tandprothesen, contactlenzen, haarelastiekjes, juwelen, nagellak of kunstnagels verwijderen. Als u heel angstig of zenuwachtig bent voor het onderzoek, kan u een kalmerend middel vragen aan de verpleegkundige.
Verloop van het onderzoek
De verpleegkundige begeleidt u naar het cathlab waar een cardioloog het onderzoek uitvoert.
Voor het onderzoek ligt u op een röntgentafel. De verpleegkundige kleeft ECG-elektroden op uw borst. Hiermee heeft de cardioloog een continu zicht op uw hartritme. Vervolgens wordt u verbonden met een monitor die uw bloeddruk en zuurstofsaturatie meet. Beide liezen worden gereinigd en ontsmet en u wordt afgedekt met steriele doeken. Hierbij is het belangrijk dat u stil blijft liggen met de handen naast het lichaam.
De cardioloog injecteert een lokaal verdovingsmiddel in uw rechter lies. Vervolgens prikt hij de liesader aan en brengt drie sheaths (buisjes) in. Via die weg schuift hij de katheters door tot in uw hart.
positie katheters
Ter controle of de katheters juist gepositioneerd zijn, wordt een röntgenfoto gemaakt. U krijgt Heparine toegediend, dat is een anticoagulantium. Voor de cardioloog de ritmestoornis waaraan u mogelijks lijdt opwerkt, wordt uw normale hartritme enkele keren gemeten. Het opwekken van de ritmestoornis kan via twee mogelijkheden :
- Als eerste mogelijkheid worden er via een computer extra prikkels naar uw hart gestuurd. Het is mogelijk dat u hierbij hartkloppingen gewaar wordt. Die methode wordt toegepast als u lijdt aan een ritmestoornis in rust.
- Als u alleen een ritmestoornis heeft tijdens inspanningen gebeurt het onderzoek via een andere methode. Hierbij krijgt u een medicijn toegediend dat een inspanning nabootst en zo de ritmestoornis opwekt.
Bij het opwekken van de ritmestoornis kan u enkele zaken gewaarworden zoals hartkloppingen en duizeligheid. Die symptomen zijn van voorbijgaande aard. Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten.
Nazorg
Na het onderzoek worden de katheters en sheaths uit uw lies verwijderd. De punctieplaats wordt 10 minuten nagedrukt ter preventie van bloedingen. Vervolgens brengt de verpleegkundige een drukverband aan.
U wordt terug naar uw kamer op de verpleegeenheid gebracht. Daar controleert de verpleegkundige uw bloeddruk en pols. Ze kijkt ook of er geen bloeding optreedt. De verpleegkundige verwittigt u wanneer u weer mag eten en drinken.
Het is belangrijk dat u nog minstens zes uur bedrust houdt ter preventie van een eventuele bloeding.
Complicaties
Bij het elektrofysiologische onderzoek zelf treden meestal geen complicaties op. Een mogelijks probleem is een bloeding, waarbij er een bloeduitstorting ontstaat.
Complicaties treden frequenter op als er een ablatie behandeling (dat is het doorbranden van afwijkende elektrische geleidingsbanen in het hart) uitgevoerd werd, bijvoorbeeld klontervorming. Om dat te voorkomen, krijgt u Heparine toegediend tijdens het onderzoek.
Na het onderzoek
Na het onderzoek stelt de cardioloog een diagnose op over de ritmestoornis waaraan u lijdt en deelt hij u het resultaat mee.
Praktische tips voor thuis
Tijdens de eerste week na het onderzoek zijn er enkele aandachtspunten die u in acht moet nemen.
- Het verband dat aangebracht is op de lies moet u vijf dagen ter plaatste laten.
- U mag geen ligbad nemen of gaan zwemmen. Douchen mag wel.
- Het is verboden om zware lasten te tillen of te fietsen.
Wanneer contact opnemen met de cardioloog/ huisarts?
U contacteert de cardioloog of huisarts bij:
- Ontstekingsverschijnselen ter hoogte van de punctieplaats. Die zijn roodheid, warmte, pijn, zwelling en jeuk.
- Koorts.
- Bloedingen.


